6. Leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften

Zorg voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften

 

Het volgen van de ontwikkeling van leerlingen

Om de leerweg van de kinderen efficiënt te kunnen volgen, moeten gegevens bijgehouden worden. Deze gegevens kunnen variëren van observaties in de klas, resultaten op gebied van taalontwikkeling tot een rapport van een schoolbegeleidingsdienst, orthopedagoog of psycholoog.

 

Om zo goed mogelijk in te kunnen spelen op de onderwijsbehoeften van ieder kind noteren wij gegevens, resultaten en vorderingen op het gebied van alle schoolse vaardigheden. In de groepen 1 en 2 wordt de “KIJK” registratie gebruikt. Dit is een individueel leerlingvolgsysteem, waarin gegevens staan over de gehele ontwikkeling van de leerling.

Om vakspecifieke ontwikkeling in kaart te brengen, gebruiken we in de groepen 1 tot en met 8 onder andere het CITO- leerlingvolgsysteem (LOVS). Jaarlijks worden 1 à 2 keer de toetsen afgenomen. Naast de resultaten van CITO-toetsen worden de resultaten van methodetoetsen zorgvuldig bijgehouden. Ook houden we de sociaal emotionele ontwikkeling van de kinderen goed in de gaten. Dit gebeurd door middel van observaties, gesprekken met ouders en/ of kind en het invullen van de signaleringslijst van KIVA. Gegevens van individuele leerlingen worden opgenomen in het persoonlijk leerling-dossier. Ouders kunnen dit dossier inzien wanneer zij dit willen.

 

Leerlingen met extra ondersteuningsbehoefte
Het beleid van Alpha Scholengroep is er op gericht om onderwijs te verzorgen voor alle kinderen, ook voor kinderen met extra ondersteuningsbehoeften. Met ingang van 1 augustus 2014 is de Wet Passend Onderwijs van kracht geworden. Een onderdeel van deze wet is dat de school “zorgplicht” heeft. Dit betekent dat de school de plicht heeft om het onderwijs zo af te stemmen dat aan de onderwijsbehoefte van het kind wordt voldaan of dat de school, samen met de ouders, een andere school zoekt waar aan het kind optimaal onderwijs geboden wordt. De aanmelding van kinderen met extra ondersteuningsbehoeften  verloopt als volgt:
• ouders melden hun kind aan bij de school en voeren een intake gesprek, waarin ze zo    goed mogelijk aangeven op welke gebieden hun kind extra ondersteuning   nodig heeft;
• de school (het team) bespreekt de aanmelding en neemt een besluit over toelating (eventueel na opvragen van gegevens, als die beschikbaar zijn);
• binnen 6 weken na aanmelding laat de school aan de ouders weten of het kind op de school opgevangen kan worden;
• mocht plaatsing niet mogelijk zijn, dan meldt de school, uiteraard na overleg met de ouders, het kind aan bij het loket van het samenwerkingsverband passend onderwijs Oosterschelderegio;
• de medewerkers van het loket nemen, nadat alle gegevens bestudeerd zijn en nadat overleg met ouders en school  is gevoerd, een beslissing op welke school het kind voor korte of langere tijd geplaatst  kan worden. Het kan hierbij gaan om een andere basisschool, een school voor speciaal basisonderwijs of een school voor  speciaal onderwijs.

 

Voor leerlingen die in de loop van hun schoolloopbaan extra ondersteuningsbehoefte blijken te hebben, zal de school in eerste instantie zelf proberen een passend aanbod te realiseren. Mocht de school onvoldoende antwoord kunnen geven op de vraag van de leerling, dan kan de school externe hulp inroepen (HGPD) of overleg voeren worden met een zogenaamde trajectbegeleider uit het samenwerkingsverband. Deze begeleider, een deskundige op het gebied van ondersteuning, helpt de school om de vraag van het kind zo scherp mogelijk te formuleren en om duidelijkheid te krijgen over de vraag of het kind op de eigen basisschool voldoende geholpen kan worden, dan kan de school een verzoek indienen bij het loket van het samenwerkingsverband O3 om een ondersteuningsarrangement aan te vragen. Vanuit dit ondersteuningsarrangement zal geprobeerd worden om met extra hulp, middelen of gesprekken met deskundigen het onderwijs in de klas zo aan te passen, dat het kind zich op school naar vermogen blijft ontwikkelen. Mocht dit niet mogelijk zijn, dan gaat de school, in overleg met de ouders, op zoek naar een school die het kind de passende ondersteuning kan bieden. Dit traject loopt via het loket van het samenwerkingsverband.

Aanvullende informatie over passend onderwijs is verkrijgbaar op school.

 

Onderwijs aan langdurig zieke kinderen
Iedere school is verantwoordelijk voor het verzorgen van onderwijs aan een langdurig zieke leerling, zowel in het ziekenhuis als thuis. De school wordt geacht zelf contact met de leerling te houden en te zorgen voor onderwijs. Onderwijs aan langdurig zieke kinderen is van belang om het leerproces voort te zetten en het kind contact te laten houden met de buitenwereld (sociale contacten). Bij langdurig verblijf in het ziekenhuis kan de school hulp inroepen van de schoolbegeleidingsdienst.

 

Begeleiding naar het voortgezet onderwijs
Aan het eind van groep 8 stromen de kinderen uit naar het voortgezet onderwijs. Bij de aanvang van het schooljaar krijgt u hierover de nodige informatie. In de loop van het jaar ontvangt u ook informatie vanuit de verschillende scholen voor voortgezet onderwijs.

Elke leerling in groep 8 krijgt voor 1 maart een schriftelijk schooladvies. Hierin staat welk type voortgezet onderwijs het beste bij de leerling past. De school kijkt daarvoor naar leerprestaties, aanleg en ontwikkeling tijdens de hele basisschoolperiode. Voor 1 april wordt de leerling aangemeld op de VO school. In april-mei wordt een eindtoets (IEP) afgenomen op school. Wanneer de uitslag van de eindtoets hoger is dan het eerder gegeven schooladvies, is de school verplicht om het advies te heroverwegen en dit met u te bespreken. De school verzorgt de opgave voor het voortgezet onderwijs. De aanwezige leerling gegevens worden na toestemming van de ouders digitaal verzonden naar het VO.